Hoge Raad oordeelt: geen vergoedingsrecht vanwege besteding van onder uitsluiting geërfde gelden aan kosten van de huishouding

01-03-2023

In onze Legal Update van 11 april 2019 informeerden wij u over de uitspraak van de Hoge Raad van 5 april 2019. In deze uitspraak waren partijen in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en besliste de Hoge Raad dat sprake kan zijn van een vergoedingsrecht in het geval dat er met privégelden consumptieve bestedingen/huishoudelijke uitgaven zijn gedaan.

Recent heeft de Hoge Raad zich wederom over dit onderwerp uitgelaten. Zo heeft de Hoge Raad in zijn uitspraak van 27 januari 2023 beslist dat per saldo geen vergoedingsrecht bestond, omdat op grond van artikel 1:84 BW de vrouw  verplicht was om de geërfde gelden te besteden aan de kosten van de huishouding.

De man en vrouw in kwestie waren in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. De vrouw ontving tijdens het huwelijk een erfenis met uitsluitingsclausule. Deze erfenis is gestort op een bankrekening uitsluitend op haar naam. Een groot deel van deze erfenis was besteed aan de kosten van de huishouding. Ter discussie stond de vraag of de vrouw als gevolg hiervan een vergoedingsrecht heeft op de gemeenschap, waarbij zij een beroep deed op de uitspraak van de Hoge Raad van 5 april 2019.

In dit geval stond vast dat een groot deel van de erfenis was besteed aan de kosten van de huishouding en dat daarmee dus met privégelden van de vrouw gemeenschapsschulden waren voldaan. In beginsel komt de vrouw dan een vergoedingsrecht toe, net zoals in de uitspraak van de Hoge Raad van 5 april 2019.

De Hoge Raad oordeelt echter dat de vrouw per saldo geen vergoedingsrecht toekomt. Het stond namelijk ook vast dat de vrouw op grond van artikel 1:84 BW verplicht was om dat volledige bedrag uit de geërfde gelden aan de kosten van de huishouding te besteden, omdat er destijds onvoldoende inkomsten waren om de volledige kosten van de huishouding te voldoen. Er bestond voor de vrouw dus een rechtsgrond om de geërfde gelden aan te wenden voor de voldoening van gemeenschapsschulden en daarom komt haar per saldo geen vergoedingsrecht toe.

In deze uitspraak bevestigt de Hoge Raad wederom dat in de gegeven omstandigheden 'in beginsel' een vergoedingsrecht bestaat, maar dat er uitzonderingen mogelijk zijn waardoor een van de echtgenoten per saldo toch geen vergoedingsrecht toekomt. In deze uitspraak betrof het de uitzondering dat op grond van artikel 1:84 BW een verplichting bestond om privégelden te besteden aan de kosten van de huishouding.  

Dit is een Legal Update van Stephanie Thijssen en Simone de Graaff.

Download als pdf

 

 

Specialist(en)