Coronavaccinatie voor kinderen jonger dan 12 jaar: gezaghebbende ouder beslist

08-02-2022

De inspraak van ouders in de beslissing om hun kind te vaccineren is afhankelijk van de leeftijd van het kind en de gezagssituatie:  

  • Kinderen van 16 jaar en ouder mogen zelf beslissen of zij zich laten vaccineren tegen corona.
  • Kinderen van 12 tot 16 jaar hebben in beginsel óók toestemming nodig van hun gezaghebbende ouders. In onze eerdere Legal Update van 27 september 2021 informeerden wij u over deze leeftijdscategorie.
  • Voor kinderen jonger dan 12 jaar geldt dat enkel de gezaghebbende ouders beslissen. Het kind dient wel geïnformeerd te worden. Als twee ouders beiden gezagsdrager zijn, moeten zij in beginsel beiden toestemming geven.

In deze Legal Update staat de toestemming voor vaccinatie van kind jonger dan 12 jaar centraal. Op 31 januari 2022 oordeelde de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant in een geschil tussen een gezaghebbende ouder en niet-gezaghebbende ouder over het vaccineren van hun 6-jarige kind.

Casus

De moeder is belast met het eenhoofdig gezag over het 6-jarige kind. De vader wil graag het gezag over het kind verkrijgen. Hij is daartoe een bodemprocedure gestart. De moeder wil het kind graag laten vaccineren met het COVID-19 vaccin. Vader wil dit niet. De moeder is hiervan op de hoogte, maar dat verandert haar standpunt niet. De vader vordert in kort geding primair de toediening van het COVID-19 vaccin te verbieden en subsidiair de toediening op te schorten totdat in de bodemprocedure uitspraak is gedaan over de eventuele wijzing van het gezag.

Oordeel voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de moeder het eenhoofdig gezag over het kind heeft. Daarom is het in beginsel aan haar om een beslissing te nemen over de vaccinatie van het kind. Dat zou anders kunnen zijn wanneer het evident is dat aan de vader binnen afzienbare tijd (ook) het gezag wordt toegekend. Dat acht de voorzieningenrechter niet waarschijnlijk op grond van het onderzoeksrapport van de Raad voor de Kinderbescherming. Er is sprake van onoverbrugbare visieverschillen op het gebied van voeding en medische zaken tussen de ouders. De Raad adviseert de rechtbank de huidige gezagssituatie in stand te laten. De voorzieningenrechter ziet geen aanknopingspunten dat de rechtbank zal afwijken van het advies van de Raad.

De vader heeft ter onderbouwing van zijn standpunt dat vaccinatie met het COVID-19 vaccin niet veilig is voor het kind, verwezen naar een onderzoeksrapport, waaruit naar voren komt dat vaccinatie met het vaccin serieuze gezondheidsschade voor kinderen meebrengt.

De voorzieningenrechter begrijpt de zorgen van de man, maar is van oordeel dat het de vrouw niet kan worden verweten dat zij afgaat op de informatie van het RIVM. Nu het RIVM adviseert om ook kinderen in de leeftijdscategorie van haar kind te laten vaccineren, handelt de moeder niet onrechtmatig door haar kind te laten inenten. De vrouw heeft daarnaast nog ander begrijpelijke redenen voor vaccinatie aangevoerd, zoals het voorkomen van coronabesmettingen van familieleden. De vorderingen van de vader worden afgewezen.

Vragen over (corona)vaccinatie en de beslissingsbevoegdheid

Indien u meer te weten wilt komen over (corona)vaccinatie en de beslissingsbevoegdheid van de ouders en/of het kind, dan kunt u altijd contact opnemen met één van onze specialisten.

Dit is een Legal Update van Els van Bruggen en Nikki Nuijten.

Download als pdf

Specialist(en)