Concept wetsvoorstel Wet Kind draagmoederschap en afstamming

14-05-2020

Sinds eind april staat de consultatieversie van het Wetsvoorstel Kind, draagmoederschap en afstamming online. Als dit wetsvoorstel uiteindelijk door het parlement wordt aangenomen zou Nederland net als bijvoorbeeld Israël een specifieke regeling krijgen die draagmoederschap regelt. Het wetsvoorstel is niet alleen van belang voor wensouders die voor het vervullen van hun kinderwens een draagmoedertraject zouden overwegen, maar ook voor instellingen en hulpverleners die medisch specialistische fertiliteitszorg bieden. Bij hoogtechnologisch draagmoederschap (ook wel: HTDM) wordt de zwangerschap tot stand gebracht door middel van IVF, al dan niet met gebruikmaking van een donoreicel. Zorgaanbieders die dat faciliteren moeten voldoen aan het modelreglement van de NVOG en de KLEM uit 2018, dat strenge randvoorwaarden stelt op o.a. het gebied van screening en juridische en psychologische counseling. In deze Legal Update beantwoorden wij vijf vragen over het wetsvoorstel.

Waarom een aparte regeling voor draagmoederschap?

Bij draagmoederschap wordt een vrouw zwanger ten behoeve van een ander stel (of een alleenstaande) met een kinderwens, de zogenaamde wensouders. Het is de bedoeling dat de wensouders zo snel mogelijk juridisch de ouders van het kind worden en de zorg voor het kind op zich nemen. Op dit moment is het lastig om dat goed te regelen. Op grond van het burgerlijk wetboek is de vrouw uit wie een kind geboren wordt de moeder van dat kind. Als die vrouw getrouwd is of samenleeft, wordt haar partner de andere ouder. Om te zorgen dat het juridisch ouderschap toch bij de wensouders terecht komt is een omweg nodig via erkenning en adoptie door de wensouders. Betrokkenen maken daar afspraken over, maar die afspraken zijn voor de wensouders niet afdwingbaar. Wanneer de draagmoeder in het buitenland woont en niet de Nederlandse nationaliteit heeft wordt het allemaal nog ingewikkelder.
Dit is niet in het belang van het kind. Het wetsvoorstel probeert de situatie te verbeteren door betere rechtsbescherming van alle betrokkenen. Dat moet ook voorkomen dat wensouders voor het draagmoederschap uitwijken naar het buitenland of daar zelfs overgaan tot 'kinderkoop'.

Wat houdt de concept regeling in?

Kern van het concept wetsvoorstel is dat er in het burgerlijk wetboek een uitzondering wordt opgenomen op de regel dat de moeder de vrouw is 'uit wie het kind is geboren'. Dat lijdt uitzondering als vóór de geboorte het 'ouderschap na draagmoederschap' is toegekend. Het wetsvoorstel geeft een speciale verzoekschriftprocedure waarmee de draagmoeder en de wensouder(s) daar vóór de conceptie een gezamenlijk verzoek toe kunnen indienen. Bij het verzoek moet een draagmoederschapsovereenkomst worden voorgelegd. De rechter toetst vervolgens of aan in de wet genoemde voorwaarden is voldaan.
Zo moeten de betrokkenen meerderjarig zijn, moeten de draagmoeder en de wensouders counseling hebben doorlopen, moet in beginsel één van de ouders genetisch verwant zijn met het kind etc. Indien de rechter toestemming geeft aan de draagmoeder en de wensouders, worden de wensouders vanaf de geboorte de ouders van het kind en komen zij als zodanig op de geboorteakte van het kind te staan.

Wat zou nog meer veranderen?

Kennis over de eigen afstamming is wezenlijk voor de identiteit(svorming). Daarom heeft volgens het VN-kinderrechtenverdrag ieder kind daar recht op. Op dit moment is het informeren van het kind over zijn  afstamming in Nederland nog geen wettelijke verplichting voor de ouders. Dat wordt het als het aan dit voorstel ligt wel. Verder is het de bedoeling dat er een register wordt ingericht waar voor gevallen waarbij de biologische en juridische afstamming uiteenlopen voor het kind toegankelijke afstammingsinformatie wordt bewaard. Op grond van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) is er sinds 2004 al zo een register voor kinderen die zijn verwekt met kunstmatige bevruchting met donorcellen. Dat register wordt beheerd door de Stichting DKB. Een verdere verandering betreft het beroeps- of bedrijfsmatig bemiddelen tussen draagmoeders en wensouders. Dat is nu verboden op grond van artikel 151b Wetboek van strafrecht. Het concept wetsvoorstel laat dit zg. bemiddelingsverbod in stand, maar formuleert een uitzondering voor het geval de bemiddeling plaatsvindt door een onafhankelijke rechtspersoon die door de minister wordt aangewezen. Het wetsvoorstel geeft ook criteria voor de erkenning van buitenlandse draagmoedertrajecten. Tot slot komt daarbij dan een strafrechtelijk verbod op 'kinderkoop', maar hoe dat eruit gaat zien is nog niet bekend.

Wat zou een en ander betekenen voor zorginstellingen?

Het huidige modelreglement legt een zware verantwoordelijkheid bij de instellingen om vóór het starten van een draagmoederbehandeling de beweegredenen en juridische voorbereiding van alle betrokkenen te controleren. Het scheelt natuurlijk wanneer een rechter het juridische deel vooraf beoordeelt.
Het zou goed zijn als er duidelijkheid komt over wat er van instellingen wordt verwacht op het gebied van afstammingsgegevens bij draagmoederschap. De huidige Wdkb is niet geschreven voor draagmoederschap en dat roept vragen op over de invulling van de registratieplicht. Goede implementatie is van wezenlijk belang. De Tweede Wetsevaluatie van de Wdkb liet namelijk zien dat het voor een door de overheid aangewezen stichting met weinig budget en een te nauwe taakopvatting niet eenvoudig is om een betrouwbaar en goed functionerend register in te richten. Mogelijk zullen door het bestaan van een wettelijke regeling meer wensouders draagmoederschap in Nederland overwegen een daarvoor een beroep doen op instellingen. Draagmoeders werven en koppelen aan wensouders blijft strafbaar, dus dat is iets waar instellingen zich verre van moeten houden. De regering volgt wel het idee dat wensouders en vrouwen die om ideële redenen draagmoeder zouden willen zijn elkaar kunnen ontmoeten op een onafhankelijk en betrouwbaar platform dat in stand wordt gehouden door een aangewezen rechtspersoon (een 'draagmoederbank').

Wat is het tijdspad?

De regering geeft met het voorstel gevolg aan het advies van de Staatscommissie Herijking ouderschap uit 2016. Voordat de regeling in werking treedt is er nog een lange weg te gaan. Tot 22 mei 2020 kan een ieder die dat wil nog  online op het concept wetsvoorstel reageren. Die input kan dan worden meegenomen bij het definitieve wetsvoorstel dat wordt ingediend bij de Tweede Kamer. De parlementaire behandeling zal waarschijnlijk pas in een volgende regeerperiode plaatsvinden.

Dit is een Legal Update van Sebastiaan Garvelink en Laurien Berghuis-Knijff.

Download als pdf

Specialist(en)