Schikking dochter neemt hoofdelijke aansprakelijkheid moeder niet weg

Datum: 20 april 2015

In zijn uitspraak van 3 april 2015 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de vraag wat de gevolgen zijn van een schikking tussen een schuldeiser en een dochtervennootschap ('de dochter') voor de hoofdelijke aansprakelijkheid van de moedervennootschap ('de moeder')
uit hoofde van een gedeponeerde 403‑verklaring. 

In het onderhavige geval is de moeder veroordeeld tot betaling van niet-betaalde facturen van de inmiddels failliete dochter en vergoeding van de door de schuldeiser geleden schade. De dochter en de schuldeiser hebben een schikking getroffen, waarbij slechts een gedeelte van de facturen is voldaan. De dochter en de schuldeiser hebben elkaar finale kwijting verleend. 

De vraag die bij de Hoge Raad voorligt is wat de gevolgen van de schikking tussen de dochter en de schuldeiser zijn voor de hoofdelijke aansprakelijkheid van de moeder uit hoofde van de 403-verklaring. 

De Hoge Raad overweegt dat een hoofdelijke aansprakelijkheid, ook in het kader van artikel 2:403 BW, niet op één lijn kan worden gesteld met een borgtocht. Als gevolg hiervan is het niet nodig dat de schuldeiser eerst de dochter zou moeten aanspreken voordat zij de moeder aansprakelijk kan houden. De hoofdelijke aansprakelijkheid van de moeder berust namelijk op een zelfstandige verbintenis jegens de schuldeiser. De schuldeiser kan daardoor zelfstandig nakoming vorderen van de moeder. Het treffen van een schikking met de dochter brengt - volgens het oordeel van de Hoge Raad - niet mee dat de schuldeiser afstand heeft gedaan van haar vorderingsrecht jegens de moeder. Het treffen van de schikking heeft slechts tot gevolg dat de schuld van de moeder is verminderd met het bedrag dat door (de curator van) de failliete dochter is betaald. 

Kortom, indien de dochter een schikking treft met een schuldeiser en slechts een gedeelte van de schuld aan de schuldeiser wordt betaald, neemt dit nog niet de hoofdelijke aansprakelijkheid van de moeder uit hoofde van een gedeponeerde 403-verklaring weg. Om te borgen dat de schuldeiser na het treffen van de schikking niet langer de moeder hoofdelijk kan aanspreken, dient de schuldeiser afstand te doen van zijn vorderingsrecht op de moeder. In een dergelijk geval verdient het aanbeveling dat de moeder ook partij wordt bij de schikking, zodat zij de afstandsverklaring kan aanvaarden en zich erop kan beroepen mocht de schuldeiser haar alsnog aanspreken.

Dit is een Legal update van Jacqueline Broeren-Berns en Parisa Jahan. Klik hier voor pdf.

Voor meer informatie: 

Jacqueline Broeren-Berns
+31 30 259 5577
jacquelinebroeren@vbk.nl