CRvB-stappenplan en de Wmo 2015

Datum: 14 mei 2018

Met de inwerkingtreding van de Wmo 2015 hebben gemeenten per 1 januari 2015 de taak gekregen om ondersteuning c.q. zorg in de vorm van voorzieningen te leveren aan een grote groep inwoners. Indien bij het college van burgemeester en wethouders (hierna: 'het college')
een melding wordt ingediend door een inwoner die stelt ondersteuning nodig te hebben, dient het college allereerst onderzoek te verrichten teneinde een besluit over de eventuele toewijzing hiervan te nemen. De vraag hoe dit onderzoek dient te worden verricht is regelmatig onderwerp van discussie. De Centrale Raad van Beroep (hierna: 'de Raad') heeft bij uitspraak van 21 maart 2018 een stappenplan geformuleerd, dat colleges dienen af te lopen na ontvangst van een melding. 

Feiten
In de zaak die voorlag bij de Raad stonden de volgende feiten en omstandigheden centraal.
De aanvrager van de individuele voorziening op grond van de Wmo 2015 is bekend met chronische psychische problematiek en ontving gezien deze problematiek in het verleden onder de AWBZ een persoonsgebonden budget voor onder andere dagbesteding. Na het verstrijken van deze indicatie heeft de aanvrager zich bij het college gemeld voor een maatwerkvoorziening onder de Wmo 2015. De aanvrager wil van de gemeente dezelfde hulp ontvangen, als dat eerder werd ontvangen onder de AWBZ en ter onderbouwing van de aanvraag is door de aanvrager een zorgplan aangeleverd. Het college kent de gevraagde voorzieningen niet toe conform het zorgplan en beschikt aan de aanvrager zorg in de vorm van beschermd wonen. De aanvrager is het hier niet mee eens en gaat in bezwaar en stelt dat hij ongeschikt is voor het wonen in een instelling. Het bezwaar en beroep van de aanvrager worden beide ongegrond verklaard.
Tegen de uitspraak in eerste aanleg gaat de aanvrager in hoger beroep.

De onderhavige procedure
In hoger beroep bij de Raad stelt de aanvrager dat het college onvoldoende onderzoek heeft verricht en derhalve niet door het college kan worden vastgesteld of de toegekende maatwerkvoorziening in de vorm van beschermd wonen een passende bijdrage levert aan zijn zelfredzaamheid en participatie. Ten onrechte zou het college de individuele omstandigheden van de aanvrager niet hebben onderzocht, hetgeen door het college wordt betwist. De Raad overweegt: "Uit artikel 3:2 van de Awb in samenhang met de artikelen 2.3.2 en 2.3.5 van de Wmo 2015 vloeit voort dat het college voldoende kennis dient te vergaren over de voor het nemen van een besluit over maatschappelijke ondersteuning van belang zijnde feiten en omstandigheden en af te wegen belangen".

Hoe het college deze kennis dient te vergaren ontleent de Raad aan zijn eerdere uitspraak van
1 mei 2017 over de behandeling van een aanvraag voor de zorg onder de Jeugdwet (zie onze Legal Update van 2 mei 2017). In deze uitspraak heeft de Raad een stappenplan vastgesteld, dat in de onderhavige uitspraak overeenkomstig wordt toegepast op de Wmo 2015. Dit stappenplan bevat naar aanleiding van een melding op grond van de Wmo 2015 de volgende stappen.

(a). Allereerst dient het college de hulpvraag van de aanvrager vast te stellen. (b). Vervolgens dient het college concreet vast te stellen welke problemen zich voordoen bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. (c). Hierna kan het college vaststellen welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid van aanvrager. (d). Tot slot dient het college te onderzoeken 'of en in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door anderen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene voorzieningen) de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden'. Indien en voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn dient het college een individuele maatwerkvoorziening te verlenen. Daarbij is het van belang dat bij de uitvoering van het onderzoek specifieke deskundigheid is vereist. 

De Raad oordeelt in de onderhavige uitspraak dat het college dit stappenplan niet heeft doorlopen en dat het bestreden besluit derhalve niet in stand kan blijven.

Relevantie voor de rechtspraktijk
Met deze uitspraak van de Raad is het beoordelingskader van het college op grond van de Wmo 2015 in lijn gebracht met het eerder door de Raad geformuleerde stappenplan voor de behandeling van een aanvraag voor zorg onder de Jeugdwet. De onderhavige uitspraak leert ons dat colleges bij elke melding van behoefte aan maatschappelijke ondersteuning concreet de individuele omstandigheden van de aanvrager dienen te onderzoeken. De Raad geeft in de uitspraak duidelijke aanwijzingen hoe de colleges dit dienen te doen en zodoende een melding op grond van de Wmo 2015 dienen te behandelen.

Dit is een Legal Update van Bastiaan Wallage en Joris van Haalen. Klik hier voor pdf. 

Voor meer informatie:

Bastiaan Wallage
+31 30 259 5553
bastiaanwallage@vbk.nl