Schuldeisers algemeen

Het faillissement van een schuldenaar wordt gewoonlijk op dinsdag ter zitting uitgesproken. De faillietverklaring treedt vervolgens met terugwerkende kracht in werking vanaf 00.00 uur op dezelfde dag. De activa en passiva van de failliet worden op dit tijdstip gefixeerd. Dit heet het fixatiebeginsel. Dit tijdstip vormt een belangrijk peilmoment in de verdere afwikkeling van het faillissement. Op grond van artikel 24 Fw is de boedel namelijk niet aansprakelijk voor verbintenissen die na de faillietverklaring ontstaan. Schulden op grond van afspraken met de failliet, die na dit fixatiemoment ontstaan, vallen in beginsel buiten het faillissement. Deze kunnen dan niet ingediend worden bij de curator.

Na de faillietverklaring stuurt de curator een uitnodiging aan de schuldeisers om hun vordering in te dienen en vervolgens zullen schuldeisers zich melden bij de curator. De curator zal dan de vorderingen beoordelen. Een belangrijk criterium daarbij is wanneer de vordering is ontstaan. In een faillissement zijn er meestal verschillende categorieën schuldeisers. Aan deze categorieën is een (wettelijk bepaalde) rangorde verbonden. In het navolgende zullen deze categorieën uiteengezet worden en ook wat er met de ingediende vorderingen gebeurt. Tenslotte wordt afgesloten met een uitleg over de bijzondere positie van pand- en hypotheekhouders in een faillissement.

Soorten schuldeisers

Boedelschuldeisers
In beginsel komen alleen schulden die vóór het faillissement zijn ontstaan voor verificatie in aanmerking (dat wil zeggen in het faillissement vastgesteld en erkend). Vorderingen van na de faillissementsdatum kunnen namelijk in beginsel niet worden ingediend in het faillissement. Boedelvorderingen vormen een uitzondering op deze regel. Deze vorderingen ontstaan in de regel na de faillietverklaring. Dit kan op drie manieren: 1) op grond van de wet, 2) omdat de curator een verplichting is aangegaan en 3) doordat de curator in strijd met een door hem na te leveren verbintenis of verplichting heeft gehandeld.

 Schuldeisers met een boedelvordering hoeven hun vordering niet in te dienen bij de curator ter verificatie. Deze vorderingen vallen buiten het faillissement en worden in beginsel onmiddellijk uit de boedel voldaan.

Preferente schuldeisers
Vorderingen die geen boedelvordering zijn, moeten worden ingediend ter verificatie. Bepaalde vorderingen die ontstaan zijn vóór de faillietverklaring genieten ook voorrang boven de ‘gewone’ vorderingen (de concurrente vorderingen). Deze preferentie is wettelijk bepaald en hangt vaak samen met de hoedanigheid van de schuldeiser. Schuldeisers met een preferente vordering zijn bijvoorbeeld de fiscus, het UWV en werknemers. Zij hebben een algemeen voorrecht op het vermogen van de failliet. De preferente schuldeisers krijgen hun vorderingen uitgekeerd nadat de boedelschuldeisers zijn voldaan en voordat de concurrente schuldeisers (zie hierna) worden voldaan.

Naast de wettelijk bepaalde voorrang van bepaalde schuldeisers, kunnen schuldeisers ook feitelijk een voorrang verwerven. Dit zijn de schuldeisers met voorrangsrechten, zoals een eigendomsvoorbehoud of een recht van reclame. Zij hebben met deze bijzondere voorrangsrechten een sterkere positie in het faillissement dan de concurrente schuldeisers.

Concurrente schuldeisers
Concurrente schuldeisers zijn schuldeisers zonder voorrang. Het komt vaak voor dat concurrente schuldeisers niets uitgekeerd krijgen, omdat de boedel leeg is na de betalingen aan de boedelschuldeisers en (een gedeelte van) de preferente schuldeisers. Toch doet een concurrente schuldeiser er goed aan om zijn vordering in te dienen ter verificatie bij de curator. De vordering kan worden ingediend samen met de rente en kosten die zijn opgebouwd tot aan de faillietverklaring. Rente en kosten die na de faillietverklaring zijn ontstaan, kunnen in beginsel niet worden ingediend in het faillissement. Verschuldigde boetes kunnen alleen dan ingediend worden, wanneer deze voor faillissementsdatum zijn vervallen.

Wat doet de curator met de vorderingen?

Indien er voldoende baten zijn in het faillissement zal de curator tot beoordeling van de vorderingen overgaan. De vorderingen worden dan voorlopig erkend of betwist en op een lijst geplaatst. Vervolgens worden de crediteuren opgeroepen voor een verificatievergadering, die plaatsvindt bij de rechtbank ten overstaan van een rechter. Tijdens deze vergadering worden de vorderingen definitief erkend dan wel betwist. Indien de vordering wordt betwist, kan dit worden voorgelegd aan de rechtbank in een (renvooi)procedure. De rechtbank zal in die procedure beoordelen of de vordering bestaat en voor welk bedrag verificatie plaats dient te vinden. De curator stelt uiteindelijk aan de hand van de geverifieerde schuldenlijst de uitdelingslijst op en zal tot uitdeling van beschikbare baten overgaan.

In de praktijk vindt (lang) niet altijd een verificatievergadering plaats. Een verificatievergadering wordt pas georganiseerd als de curator - na de voldoening van de boedelvorderingen en de preferente vorderingen - geld over heeft om ook aan de concurrente schuldeisers een (gedeeltelijke) uitkering te doen. Wanneer er onvoldoende baten zijn, zal het faillissement worden afgewikkeld zonder verificatievergadering. Indien ook de preferente schuldeisers geen uitkering kunnen verwachten, zal het faillissement in beginsel worden opgeheven wegens een gebrek aan baten. De crediteuren worden bij de beëindiging van het faillissement door de curator geïnformeerd.

Een bijzondere groep schuldeisers (separatisten)

Separatisten zijn schuldeisers met een zakelijk zekerheidsrecht. Dit zijn onder meer pand- en hypotheekhouders. Zij vormen een aparte categorie schuldeisers, omdat zij hun rechten tot uitwinning tijdens faillissement mogen uitoefenen alsof er geen faillissement is. Dit betekent dat het algemeen beslag dat ten gevolge van het faillissement op het vermogen van de failliet is gelegd, voor deze zakelijke gerechtigden niet geldt. Zij kunnen de zaken waarop zij rechten hebben uitwinnen – buiten de curator om - en hun vorderingen via deze weg verzilveren. Zij hoeven de vereffening, verificatie en uitdeling door de curator niet af te wachten. Andere zakelijk gerechtigden zijn schuldeisers met een retentierecht. 

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neemt u dan gerust contact op met Lucas van Walraven of
Hugo Wolterink.

Download als pdf