Borgstelling

Om een onderneming te starten heeft vrijwel iedere onderneming financiering nodig. Voor zover de aandeelhouders die niet kunnen verstrekken, zal deze financiering doorgaans door een bank worden verstrekt. Eén van de voorwaarden die een bank vaak bedingt, is dat de bestuurder een borgstelling afgeeft. Dit artikel gaat over de borgstelling en over de gevolgen ervan. Het is belangrijk dat degene die een borgstelling wil afgeven zich vooraf goed over de gevolgen laat voorlichten en voor de concrete situatie advies inwint.

Wat is een borgstelling?

Voor het verstrekken van zekerheid kan gebruik gemaakt worden van zakelijke zekerheden en persoonlijke zekerheden. Zakelijke zekerheden zijn bijvoorbeeld rechten van pand en hypotheek. Persoonlijke zekerheden kunnen worden verstrekt door het overeenkomen van hoofdelijkheid, het afgeven van een garantie of door op te treden als borg.

Op grond van artikel 7:850 BW kan een derde zich verbinden voor de schuld van een ander. Wanneer de hoofdschuldenaar zijn verplichtingen jegens de schuldeiser niet nakomt, kan de schuldeiser de schuld verhalen op de borg. Dit lijkt erg op hoofdelijke aansprakelijkheid, maar verschilt daarvan omdat de borg pas kan worden aangesproken indien de hoofdschuldenaar zijn verplichtingen niet nakomt. Bij hoofdelijke aansprakelijkheid zijn er twee hoofdschuldenaren die beiden kunnen worden aangesproken.

Banken zullen bij het verstrekken van een krediet aan een onderneming vaak een borgstelling verlangen van de bestuurder, omdat het de bank een comfortabele positie geeft: twee partijen met twee vermogens staan in voor haar vordering op de onderneming.

Hoe ontstaat een borgstelling?

Voor het ontstaan van een borgstelling moet allereerst sprake zijn van een hoofdschuldeiser en een hoofdschuldenaar. Veelal is de bank die een financiering verstrekt de hoofdschuldeiser en is de onderneming die van deze financiering gebruikt maakt de hoofdschuldenaar. De bestuurder van de onderneming (of iemand anders) kan als privépersoon een borgstelling afgeven. Er dient in dat geval een overeenkomst te worden gesloten tussen de bestuurder (of iemand anders) en de bank, waarin wordt bepaald dat de bestuurder als borg optreedt voor de schuld van de onderneming aan de bank. Het karakter van een borgstelling is dat de borg geen betrokkenheid heeft bij de hoofdschuld waarvoor hij instaat: hij heeft geen persoonlijke schuld aan de schuldeiser. Voor het afgeven van een borgstelling dient toestemming te worden verkregen van de echtgenoot of geregistreerd partner van de borg. Niet vereist is dat de hoofdschuldenaar bekend is met de borgstelling.

Wel of niet afgeven van een borgstelling?

Doorgaans zal een bank niet bereid zijn om een financiering te verstrekken zonder dat daarvoor zekerheden worden afgegeven. Zoals hiervoor genoemd bestaan er meerdere mogelijkheden voor het verstrekken van zekerheid. Het verdient de voorkeur om een zekerheid te verstrekken waarbij de bestuurder niet met zijn privévermogen instaat voor de schuld van de onderneming. Mocht die mogelijkheid er niet zijn of geen uitkomst bieden en wordt de borgstelling toch verstrekt, dan zal de bestuurder met zijn gehele privévermogen instaan voor de schuld van de onderneming of het maximale bedrag van de borg.

Een borgstelling heeft ook voordelen ten opzichte van andere persoonlijke zekerheiden. Zo heeft de borgstelling een subsidiair karakter: dat wil zeggen dat de borg niet kan worden aangesproken voordat de bank heeft kunnen constateren dat de hoofdschuldenaar - de onderneming - haar verplichting niet na zal komen. Daarnaast heeft de borgstelling een afhankelijk karakter: de borgsteller kan zich op verweren beroepen die de hoofdschuldenaar ook toekomen (zoals verjaring). Voorts heeft de borg soms meer verhaalsmogelijkheden: de borg kan zich bijvoorbeeld ook op mede-borgen verhalen. Ten slotte heeft de borg automatisch een vordering op de hoofdschuldenaar.

Het voorgaande geldt niet wanneer een derde zich mede heeft verbonden voor het krediet (hoofdelijkheid) of een garantie heeft afgegeven. In die gevallen dient vaak op het eerste verzoek van de schuldeiser te worden betaald. In dat opzicht geeft de borgstelling wellicht meer comfort: pas wanneer de hoofdschuldenaar zijn verplichtingen niet nakomt, kan de borg worden aangesproken.

Conclusie

Bij voorkeur staat een onderneming zelf in voor haar schulden met haar vermogen. Neemt de bank daarmee geen genoegen en verlangt zij van de bestuurder persoonlijke zekerheden, dan geniet de borgstelling vaak de voorkeur boven het afgeven van een garantie of het mede instaan voor de schuld (hoofdelijkheid). Dat is echter niet in alle gevallen zo en met het afgeven van zekerheden dient voorzichtig te worden omgegaan. Het is daarom raadzaam om vooraf advies in te winnen.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neemt u dan gerust contact op met Alice van der Schee of
Linde van Dieren-Muller.

Download als pdf