Een aanvraag indienen voor wijziging van het planologisch kader: Blijft dit mogelijk onder de Omgevingswet?

Deze blog maakt onderdeel uit van het thema 'Wat staat ons te wachten?' in de reeks ‘Aftellen naar de Omgevingswet’.

Onder het huidige recht is het mogelijk om een aanvraag in te dienen voor wijziging van het planologisch kader. Is het straks onder de Omgevingswet ook mogelijk om een aanvraag in te dienen voor wijziging van het omgevingsplan? In deze blog geef ik antwoord op deze vraag

Vooraf: verschil in rechtskarakter tussen de wijziging van het planologisch kader en de verlening van een omgevingsvergunning

Als de bouw van bijvoorbeeld een nieuwe woonwijk in strijd is met het bestemmingsplan, of straks het omgevingsplan, moet het planologisch kader worden gewijzigd, óf er moet een omgevingsvergunning worden verleend, waarin toestemming wordt gegeven om van het bestaande bestemmingsplan af te wijken. Een gewijzigd planologisch kader en een omgevingsvergunning kunnen dus allebei de bouw van de nieuwe woonwijk mogelijk maken. Toch is het rechtskarakter verschillend. Het belangrijkste verschil is dat een vergunning voor een concreet project alleen voor dat project het planologische kader opzijzet. Een wijziging van het bestemmingsplan/omgevingsplan is daarentegen niet beperkt tot dat ene project. Het wijzigt echt de bestemming en overstijgt daarmee het project. Voor initiatiefnemers van nieuwe bouwprojecten is het van belang om bewust te zijn van dit verschil, zodat ze een weloverwogen keuze van het instrument kunnen maken.

Aanvraag voor wijziging planologisch kader onder het huidige recht

Onder de Wet ruimtelijke ordening (hierna: 'Wro') geldt dat voor de meeste bestemmingsplanwijzigingen geen expliciete aanvraag wordt ingediend. Dit betekent echter niet dat dit niet kan. Vooral in situaties waarin de gemeenteraad niet positief staat tegenover wijziging van het planologisch kader, wordt hierover regelmatig een procedure gevoerd. Artikel 3.9 van de Wro kent een speciale (korte) procedure voor de afwijzing van een aanvraag voor een wijziging van het bestemmingsplan. Tegen een dergelijke afwijzing staat ook beroep bij de bestuursrechter open (zie voor een voorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 april 2021, ECLI:NL: RVS:2021:736).

Aanvraag voor wijziging van het omgevingsplan onder de Omgevingswet

In de wetsgeschiedenis van de Omgevingswet is weinig aandacht voor de vraag of ook een aanvraag kan worden ingediend voor een wijziging van het omgevingsplan. Toch lijkt dit wel de bedoeling te zijn van de wetgever (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 3, blz. 299 en Kamerstukken II, 2013/14, 33 962, nr. 3, p. 274).

Artikel 3.9 Wro keert echter niet terug en er is straks dus geen bijzondere procedure meer voor de (afwijzing) van een aanvraag voor wijziging. Dit betekent dat (ook op een afwijzing), de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing is op de aanvraag voor wijziging van het omgevingsplan (via artikel 16.30 van de Omgevingswet). Het bevoegde bestuursorgaan dient daarmee binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een besluit op de aanvraag te nemen (artikel 3:18, lid 1 Awb).

Ten aanzien van de rechtsbescherming verandert er onder de Omgevingswet weinig. De vaststelling van een omgevingsplan is een besluit waartegen rechtstreeks beroep bij de Afdeling open staat (zie de Invoeringswet Omgevingswet waarin artikel 2 van bijlage 2 van de Awb wordt gewijzigd). Deze bepaling dient zo gelezen te worden, dat ook het besluit op 'de aanvraag om wijziging van het omgevingsplan' hieronder valt.

Let op: afwijkend overgangsrecht voor aanvragen voor wijziging planologisch kader

De hoofdregel van het overgangsrecht voor lopende aanvragen is dat het oude recht van toepassing blijft. Dit volgt uit artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet. In artikel 4.6, vierde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet is echter bepaald dat de hoofdregel van artikel 4.3 niet van toepassing is op een aanvraag om het vaststellen van een bestemmingsplan, beheersverordening, wijzigingsplan, uitwerkingsplan, inpassingsplan of exploitatieplan. Verwarrend is overigens dat de memorie van toelichting bij artikel 4.6, vierde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet iets anders zegt. Navraag bij het ministerie leerde echter dat deze toelichting niet correct is.

Het voorgaande betekent dat voor een aanvraag om het vaststellen van een bestemmingsplan, maar ook een aanvraag voor een uitwerkingsplan of wijzigingsplan, niet het moment van de aanvraag bepalend is, maar het moment waarop een ontwerpplan ter inzage is gelegd. Wanneer op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen ontwerpplan ter inzage is gelegd, dan is het nieuwe recht op de aanvraag van toepassing.

Het overgangsrecht voor deze plannen wijkt dus nadrukkelijk af van het overgangsrecht voor omgevingsvergunningen die met de uitgebreide procedure worden voorbereid. Voor die vergunningen is namelijk wel het moment van indienen van de aanvraag bepalend.

Kortom

Het is ook onder de Omgevingswet mogelijk om een aanvraag voor wijziging van het planologisch kader in te dienen. De uitgebreide voorbereidingsprocedure is op deze aanvraag van toepassing.

Het overgangsrecht kan nog wel voor hoofdbrekers zorgen, vooral omdat het afwijkt van de hoofdregel voor lopende aanvragen.

Deze blog is geschreven door Merel Holtkamp en is onderdeel van onze reeks over de Omgevingswet. Heeft u vragen naar aanleiding van een van onze blogs over de Omgevingswet, neemt u dan gerust contact met ons op. Wij zijn u graag van dienst.

Download als pdf

Aanmelden nieuwsbrief 'Aftellen naar de Omgevingswet'

Specialist(en)