×

De laatste ontwikkelingen rond de Wet zorg en dwang (Wzd)

20 jun 2019

Home  »  Legal Updates  »  De laatste ontwikkelingen rond de Wet zorg en dwang (Wzd)

De Tweede Kamer heeft gisteren de zogenaamde Aanpassingswet Wet zorg en dwang aangenomen. Het voorstel gaat nu door naar de Eerste Kamer. De Wzd-functionaris heeft straks een spil-functie bij het beoordelen van de inzet van onvrijwillige zorg in de gehandicaptenzorg en de psychogeriatrie. De Aanpassingswet zorgt ervoor dat de Wzd-functionaris niet alleen arts kan zijn, maar ook een GZ-psycholoog of orthopedagoog. Na kritiek uit het veld is het zo geformuleerd dat een functionaris die zelf geen arts is wel een arts moet raadplegen over onvrijwillige zorg die verband houdt met gedragsmedicatie, vrijheidsbeperkende maatregelen en insluiting. Ook maakt de Aanpassingswet expliciet dat zorgaanbieders cliënten die met onvrijwillige zorg te maken krijgen (of hun vertegenwoordigers) moeten informeren over hun rechten en met name de mogelijkheid van ondersteuning door een cliëntvertrouwenspersoon.

Eerder deze maand is ook het besluit Wzd gepubliceerd met daarin de regeling voor onvrijwillige zorg in de thuissituatie. Daarmee is na een jarenlang proces het wetgevingsproces van de Wzd nagenoeg compleet. Het is de bedoelding dat de wet per 1 januari 2020 in werking treedt. Er gaat dan een geheel nieuw kader gelden voor onvrijwillige zorg in de gehandicaptenzorg en psychogeriatrie. In plaats van de rechterlijke toetsing vooraf zoals bij de huidige Wet BOPZ is er het “stappenplan”, waarmee zorgaanbieders onder strikte voorwaarden zelf kunnen overgaan tot het toepassen van onvrijwillige zorg. Veel mensen in de zorg hebben er een hard hoofd in dat het in de praktijk goed zal gaan. Dat bleek bijvoorbeeld uit de brandbrief van 16 april van dit jaar waarin zeven beroepsverenigingen en koepels zoveel beren op de weg zagen, dat zij de Minister opriepen om de inwerkingtreding met een jaar uit te stellen.

Op 7 juni heeft Minister de Jonge van VWS antwoord gegeven. Daarin onderstreept hij het belang van de nieuwe wetgeving voor de rechten van betrokkenen, doordat de regeling het veld dwingt om bewuster om te gaan met onvrijwillige zorg en meer oog heeft voor de specifieke doelgroep van mensen met een verstandelijke beperking of dementie. De minister gaat in de brief afzonderlijk in op de negen bezwaarpunten van de veldpartijen. Het is volgens de minister bijvoorbeeld niet altijd nodig om het hele stappenplan voor onvrijwillige zorg te doorlopen bij een bedhek voor een wilsonbekwame patiënt. Volgens de Minister is dat alleen zo als de patiënt door het bedhek het bed niet zelf meer in of uit kan. Over het bieden van onvrijwillige zorg in de thuissituatie (“ambulante onvrijwillige zorg”) schrijft de minister dat zorgaanbieders per geval moeten beoordelen of dat verantwoord kan maar dat er geen verplichting is om onvrijwillige zorg thuis aan te bieden.

De Minister verwacht veel goeds van de nieuwe wet en wil de inwerkingtreding niet met nog een jaar uitstellen, maar 2020 wordt wel een overgangsjaar waarin gewerkt wordt aan een goede implementatie. De minister komt vóór 1 juli met een roadmap waarin concreet gemaakt wordt hoe het overgangsjaar eruit gaat zien. Over de eisen aan de registratie van de onvrijwillige zorg wordt dan ook meer duidelijkheid gegeven. De Minister wil het eerste halfjaar van 2020 benutten als overgangsperiode om de ECD-bouwers en zorgaanbieders de tijd te geven hun ICT-systemen aan te laten passen aan de nieuwe wet. Tijdens het Tweede Kamerdebat op 12 juni zei de Minister dat IGJ tijdens het overgangsjaar een stimulerende en lerende rol moet aannemen en agenderend ‘wanneer het niet oké is’. Later deze maand zal moeten blijken in hoeverre die ‘roadmap’ de zorgaanbieders in staat gaat stellen op weg te gaan zonder vrees voor beren.

Dit is een Legal Update van Sebastiaan Garvelink.

Voor meer informatie:

Sebastiaan Garvelink
+31 30 25 95 553
sebastiaangarvelink@vbk.nl

Share This