De onmiskenbare vergissing is geen vergissing

Recht toe Recht aan, nr. 4 2007

Wie aan een curator betaalt, krijgt in beginsel het betaalde niet meer terug. Ook niet wanneer later blijkt dat de betaling onverschuldigd was. Op dit beginsel is een uitzondering gemaakt voor betalingen die het gevolg zijn van een onmiskenbare vergissing. De leer van de ‘onmiskenbare vergissing’ is onderwerp geweest van een recent arrest van de Hoge Raad. De curator die in cassatie was gegaan, vraagt de Hoge Raad op deze leer terug te komen. Volgens hem berust het leerstuk op een vergissing. De Hoge Raad oordeelt anders

Inleiding
Crediteuren in een faillissement worden overeenkomstig hun rang voldaan aan het einde van het faillissement. De volgorde is kort gezegd als volgt: de kosten van het faillissement (de boedelschulden) worden als eerst voldaan (het salaris van de curator, loon- en huurverplichtingen van na de faillietverklaring), vervolgens worden de preferente crediteuren voldaan (in de regel de fiscus en het UWV) en ten slotte de concurrente crediteuren. Driekwart van de faillissementen wordt echter opgeheven bij gebrek aan baten. Dit betekent dat de preferente en concurrente crediteuren niets ontvangen en dat enkel de boedelschulden worden voldaan. In de meeste gevallen zullen zelfs de boedelschulden niet volledig kunnen worden voldaan. In dat geval ontstaat ook bij de verdeling van de boedelcrediteuren een rangorde: het salaris van de curator, (andere) preferente boedelcrediteuren en ten slotte de concurrente boedelcrediteuren.
Dit artikel behandelt een speciale categorie van boedelschulden, namelijk de boedelschulden die zijn ontstaan door een onverschuldigde betaling.

Klik hier voor het hele artikel.

Contact

Praktijkgebieden & Branches

Ondernemingsrecht