
Is iemand jegens een ander gehouden tot het verrichten van een
rechtshandeling, dan kan de rechter daarin voorzien. De rechter kan
bepalen dat zijn uitspraak dezelfde kracht heeft als een in wettige
vorm opgemaakte onderhandse of notariƫle akte.
Wordt verzet, hoger beroep of cassatie ingesteld, dan eist artikel
3:301 lid 2 BW een tijdige inschrijving, op straffe van
niet-ontvankelijkheid.
zie het hele artikel: (http://www.ibr.nl/templates/mercury.asp?page_id=1513)