De gemeente De Marne had in een bestemmingsplan een bestemming
opgenomen, op grond waarvan twee supermarkten mochten worden
gebouwd. De gemeente bestaat uit een aantal kleine kernen en een
iets groter dorp. De gemeente wil in het grotere dorp een aantal
voorzieningen concentreren. De concurrerende supermarkten zagen
hierin een bedreiging van het bestaande voorzieningenniveau, in
gewoon Nederlands: door de nieuwe supermarkten zou in één of meer
van de kleine kernen een supermarkt gaan verdwijnen.
De concurrenten vroegen aan de Afdeling bestuursrechtspraak van
de Raad van State of de gemeente niet een onderscheid had moeten
maken naar aard van de supermarkt. De gemeente had bijvoorbeeld in
de bestemming kunnen opnemen dat alleen een discountsupermarkt zou
zijn toegelaten, om de bestaande supermarkten te beschermen.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft hier meteen een dikke
streep door gezet. Volgens de Afdeling is het niet mogelijk om een
planologisch relevant onderscheid te maken tussen een fullservice
en discountsupermarkt. Het gaat immers om winkels met een
vergelijkbaar assortiment en met een vergelijkbare ruimte- en
parkeerbehoefte.
Het nieuwe instrument van de wetgever is op dit punt dan ook
niet bruikbaar.
Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 10 juni 2009,
200808122/1; LJN BI7245
Klik voor de volledige tekst van de uitspraak hier.