Verhuurders voorrang in een faillissement

Verhuurders opgelet! U krijgt in een faillissement voorrang.

Inleiding

Gedurende een faillissement krijgt de gewone crediteur over het algemeen weinig tot niets. Dit is anders voor de zogenaamde ‘boedelcrediteuren’. De Hoge Raad oordeelde recent dat ontrui-mingskosten die ontstaan ten gevolge van de opzegging van een huurovereenkomst door een curator, als boedelschuld moet worden aangemerkt. Dit is belangrijke winst voor de verhuur-ders, maar een tegenslag voor de gewone crediteur. In dit artikel zal kort worden weergegeven wat onder het begrip boedelschulden dient te worden verstaan. Vervolgens zullen de feiten die dit tot het oordeel van de Hoge Raad hebben geleid, worden weergegeven en tot slot het belang van dit arrest.

Boedelschulden
Boedelschulden zijn verbintenissen die hun grondslag vinden in rechtsverhoudingen die na het faillissement ontstaan. Anders dan préfaillissement vorderingen kunnen boedelschulden niet worden geverifieerd en geven boedelschulden in principe onmiddellijk aanspraak op betaling uit de in de boedel aanwezige gelden. Kort gezegd, een boedelschuldeiser heeft dus een betere po-sitie dan een préfaillissement schuldeiser. De boedelschuldeiser staat in rang niet ver onder het salaris van de curator.

Boedelschulden ontstaan op twee manieren. Ten eerste, omdat dit met zoveel woorden in de wet staat (boedelschulden ‘op grond van de wet’). Ten tweede, als gevolg van een door de curator ten behoeve van de boedel verrichte (rechts)handeling. De curator moet vaak kosten maken om het faillissement op ordentelijke wijze af te wikkelen. Denk bijvoorbeeld aan taxaties van de inboedel en de inschakeling van een accountant. Boedelschulden van deze tweede catagorie ontstaan door toedoen van de curator (‘toedoen-criterium’).
Klik hier voor het hele artikel.

Contact

Praktijkgebieden & Branches

Ondernemingsrecht