
In vrijwel alle koop/aannemingsovereenkomsten (kao) wordt een
boeteclausule opgenomen. Wanneer één van de partijen een
verplichting uit de kao niet (tijdig) nakomt, is zij de boete
verschuldigd. De wet biedt de rechter de mogelijkheid om de boete
te matigen. In de hier besproken zaak zag de Raad van Arbitrage
(RvA) geen aanleiding voor matiging en moest de aannemer flink
betalen.
Casus
De kao zag op de bouw van een huis. De bouwsom bedroeg €
156.000,--. In de overeenkomst was een boeteclausule opgenomen: de
boete bij niet nakoming is vastgesteld op 10% van de koopprijs.
Vast stond dat op de dag van de overeengekomen oplevering de
nutsvoorzieningen ontbraken. De oplevering en overdracht werden
daardoor met drie maanden uitgesteld. De koper heeft de aannemer in
gebreke gesteld en aanspraak gemaakt op de boete van € 15.600,-- en
op schadevergoeding.
RvA in eerste aanleg
De RvA stelde vast dat de aannemer de kao niet was nagekomen en dat
daarom de boete verschuldigd was. Zij overwoog daarbij echter ook
dat er aanleiding was om de boete te matigen, omdat de koper naast
de boete schadevergoeding vorderde. De boete werd vastgesteld op 1%
van de koopprijs, dus op € 1.560,--.
Klik hier voor het hele artikel.