Contracteren onder voorbehoud: het blijft lastig!

In de (internationale) contractenrechtpraktijk wordt in de precontractuele fase veelvuldig gebruikgemaakt van voorbehouden om te proberen contractuele gebondenheid te voorkomen en de handen daarmee zolang mogelijk vrij te houden om de onderhandelingen nog te kunnen afbreken. Dat het gebruik van voorbehouden in de praktijk regelmatig aanleiding geeft tot geschillen, behoeft, gezien de jurisprudentie op dit vlak, geen betoog.

Op 5 maart 2010 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen in de zaak Fair Play/Geveke. De uitspraak is afgedaan met art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO).
De casus die aan deze uitspraak ten grondslag ligt, is daarentegen wel interessant en onderstreept maar weer eens het belang van een juiste formulering en toepassing van voorbehouden.

1 De te beantwoorden rechtsvragen
In de kern gaat het in het geschil dat ten grondslag lag aan deze zaak om twee wezenlijke verbintenisrechtelijke rechtsvragen, te weten: is tussen betrokken partijen een overeenkomst tot stand gekomen en wat is de juridische duiding van het door een van partijen in de onderhandelingsfase gemaakte voorbehoud?
Klik hier voor het hele artikel

Marcel Ruygvoorn

Contact

mr. dr. M.R. Ruygvoorn (Marcel)
T 030 259 56 46
F 030 259 56 96
E mruygvoorn@vbk.nl

Praktijkgebieden & Branches

Commercial Litigation