)
In Recht toe Recht aan nr. 1 2008 bent u gewaarschuwd uw
huurbeëindigingsprocedure tijdig aan te vangen gelet op de
uitspraak van het gerechtshof Arnhem 3 juli 2007(1). Het hof heeft
op die datum geoordeeld dat een verhuurder vóór de datum waartegen
hij heeft opgezegd zijn beëindigingsprocedure dient aan te vangen.
Tegen deze uitspraak van het hof is cassatie ingesteld. Inmiddels
heeft de Hoge Raad en mr Huydecoper(2) zijn mening gegeven over de
kwestie. Hieronder volgt een korte samenvatting van hetgeen zij
hebben geoordeeld.
Casus
Verhuurder van middenstandsbedrijfsruimte zegt met inachtneming van
een termijn van een jaar de huurovereenkomst met haar huurder op.
Door omstandigheden wordt de beëindigingsprocedure ech-ter pas
circa vijf maanden na de datum waartegen is opgezegd gestart. De
rechtbank beëindigt de huurovereenkomst. Huurder stelt zich echter
op het standpunt dat de verhuurder haar recht om gevolg te geven
aan haar opzegging heeft verwerkt, nu de datum waartegen zij heeft
opgezegd is gepasseerd. Het gerechtshof Arnhem vernietigt het
vonnis van de rechtbank. Het hof is van mening dat gelet op de
wettelijke bepaling [7:295 lid 2 BW] het uitgangspunt moet zijn dat
de beëindigingsvordering in ieder geval vóór het tijdstip waartegen
is opgezegd ingesteld moet zijn. Tegen dit oordeel is door
verhuurder cassatie ingesteld.
Klik hier voor het hele artikel