
De bevoegdheid van de Raad van Arbitrage voor de Bouw staat
centraal in onderhavig incidenteel vonnis.
Aanneemster stelt dat opdrachtgevers het geschil niet bij de Raad
van Arbitrage voor de Bouw, maar bij de afdeling arbitrage van het
GIW aanhangig hadden dienen te maken. De aard van het geschil
speelt een belangrijke rol. In casu betrof het niet een beroep op
de garantieregeling maar een beroep op de uit de overeenkomst
voortvloeiende eisen.
Lees het hele artikel bij Actualiteiten Bouwrecht van IBR