
Het retentierecht is de bevoegdheid van een crediteur om de
nakoming van een verplichting tot afgifte van een zaak op te
schorten, totdat zijn vordering wordt voldaan. In de literatuur
wordt vaak het voorbeeld van een schoenmaker gegeven: wanneer de
schoenmaker iemands schoenen repareert, hoeft hij die schoenen niet
aan de klant af te geven, zolang de rekening ter zake van de
reparatie niet is voldaan. Uiteindelijk zal de schoenmaker zich
zelfs op de schoenen kunnen gaan verhalen wanneer betaling van de
rekening terzake de reparatie uitblijft.
Het retentierecht kan een krachtig middel zijn tegen wanbetalers.
Met name wanneer de debiteur de zaken dringend nodig heeft, zal hij
er belang bij hebben om in plaats van de vordering van de crediteur
(de denkbeeldige schoenmaker) uitvoerig te gaan betwisten, snel tot
betaling over te gaan. Hij kan dan in ieder geval zijn eigendommen
meenemen.
Gebruik maken van het retentierecht is niet geheel zonder risico.
Indien op een later moment blijkt dat er geen bevoegdheid bestond
om dit recht uit te oefenen, kan dit tot aansprakelijkheid van de
crediteur, de retentor, leiden. Het zal niet zelden voorkomen dat
het achterhouden (de retentie) van de zaken door de retentor leidt
tot schade bij de eigenaar van die zaken. Het is dan ook van belang
dat de retentor goed weet wanneer hij een retentierecht heeft en
ter zake van welke vorderingen en zaken hij een beroep op dat
retentierecht kan doen. Uit de hieronder te behandelen casus zal
blijken dat voor het succesvol uitoefenen van het recht van
retentie een goede (voorraad)administratie onmisbaar is.
Klik hier voor het hele artikel.