Ontbindende voorwaarden in koopovereenkomsten

Dient een verkoper, danwel een koper te bewijzen dat er al dan niet een financieringsvoorbehoud is gemaakt? En, mogen alle contractspartijen zich beroepen op een ontbindende voorwaarde? Onder verwijzing naar een tweetal arresten van de Hoge Raad komen beide vragen in deze bijdrage aan bod.

Het maken van voorbehouden bij het sluiten van koopovereenkomsten in de vastgoedsfeer is een normaal verschijnsel. Gedacht kan worden aan een financieringsvoorbehoud of voorbehoud ten aanzien van de bestemming van een perceel. Dit gebeurt vaak in de vorm van een ontbindende of opschortende voorwaarde als bedoeld in art. 6:22 BW. De afgelopen tijd zijn meerdere uitspraken verschenen over voorbehouden in de vorm van ontbindende voorwaarden, bijvoorbeeld de hierna aan te halen arresten van de Hoge Raad van 28 oktober 2008 en 17 april 2009.
Klik hier voor het hele artikel.

Roelien Drent

Contact

mr R. (Roelien) Drent
T 030 259 55 35
F 030 259 55 02
E rdrent@vbk.nl

Praktijkgebieden & Branches

Brancheteam Bouw
Vastgoed en Overheid