
Dient een verkoper, danwel een koper te bewijzen dat er al dan niet
een financieringsvoorbehoud is gemaakt? En, mogen alle
contractspartijen zich beroepen op een ontbindende voorwaarde?
Onder verwijzing naar een tweetal arresten van de Hoge Raad komen
beide vragen in deze bijdrage aan bod.
Het maken van voorbehouden bij het sluiten van koopovereenkomsten
in de vastgoedsfeer is een normaal verschijnsel. Gedacht kan worden
aan een financieringsvoorbehoud of voorbehoud ten aanzien van de
bestemming van een perceel. Dit gebeurt vaak in de vorm van een
ontbindende of opschortende voorwaarde als bedoeld in art. 6:22 BW.
De afgelopen tijd zijn meerdere uitspraken verschenen over
voorbehouden in de vorm van ontbindende voorwaarden, bijvoorbeeld
de hierna aan te halen arresten van de Hoge Raad van 28 oktober
2008 en 17 april 2009.
Klik hier voor het hele artikel.