
Loondoorbetaling bij gedeeltelijke hervatting in bedongen arbeid of
passende arbeid
De terugkeer van een langdurig zieke werknemer in het arbeidsproces
gaat vaak moeizaam: de werknemer is zelden in staat om al zijn
taken ineens voor de volledig overeengekomen arbeidsduur op te
pakken. Meestal zal de werknemer geleidelijk taken en uren in eigen
of passend werk binnen de organisatie van de werkgever opbouwen. In
deze bijdrage worden de volgende vraagstukken besproken: de hoogte
van het loon bij (gedeeltelijke) werkhervatting tijdens ziekte en
de gevolgen van een hernieuwde uitval. Verder zal summier worden
ingegaan op de loonbetaling na wachttijd.
1. Inleiding
De private verantwoordelijkheid van de werkgever voor het
ziekteverzuim binnen zijn organisatie is per 1 januari 2004
uitgebreid met opnieuw een verlenging van de verplichting tot
doorbetaling van het loon bij ziekte(1). De werkgever is op grond
van artikel 7:629 lid 1 BW met ingang van die datum verplicht om
aan de werknemer die "de bedongen arbeid niet heeft verricht omdat
hij in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte,
zwangerschap of bevalling daartoe verhinderd was", twee jaar
minimaal 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon(2) door te
betalen, waarbij voor het eerste ziektejaar geldt dat tenminste het
minimumloon wordt doorbetaald(3).
Er geldt overigens ook een maximum: de werkgever is niet verplicht
om meer te betalen dan 70% van het maximum dagloon als bedoeld in
de Wet financiering sociale verzekeringen(4). Meestal beperkt de
werkgever de loonbetaling niet tot dat wettelijk maximum en betaalt
hij tijdens het eerste ziektejaar op basis van een contractuele
afspraak of CAO het volledige loon door.
Klik voor het hele artikel