
Recht toe Recht aan, nr. 4 2007
In hoeverre dient de door de gegadigde in te schakelen derde
hieraan te voldoen?
Naar aanleiding van een recente uitspraak van de Hoge Raad
behandelt dit artikel de vraag welke geschiktheidseisen aan door de
gegadigde in te schakelen derden mogen worden gesteld. Dienen deze
derden ieder zelf geheel te voldoen aan de voor (het betrokken deel
van) de opdracht gestelde ervaringseisen of is het mogelijk dat ook
deze derden weer een beroep doen op derden?
Inleiding
Aanbestedende diensten zullen,
alvorens zij gegadigden in aanmerking laten komen voor een
opdracht, geschiktheidseisen vaststellen waaraan de gegadigden
moeten voldoen. Zij die niet aan deze eisen voldoen zullen bij een
openbare aanbesteding terzijde worden geschoven, bij aanbesteding
met voorafgaande selectie zullen zij niet tot inschrijving worden
uitgenodigd.
Het kader waarbinnen deze geschiktheidseisen moeten liggen, is
vastgelegd in Richtlijn 2004/18/EG. Deze schrijft voor dat de
geschiktheid enerzijds wordt bepaald aan de hand van de financiële
en economische draagkracht en anderzijds aan de hand van de
technische bekwaamheid van de aanbieder. Het hanteren van criteria
buiten dit kader is volgens het Hof van Justitie van de Europese
Gemeenschappen (hierna: HvJEG) niet toegestaan (31/87 Beentjes),
het stelsel van selectiecriteria zoals opgenomen in de Algemene
Richtlijn bevat “een uitputtende en dwingende opsomming van
criteria voor de kwalitatieve selectie” (C-272/91,
Commissie/Italië).
Gegadigden zullen, om aan de geschiktheidseisen te voldoen, vaak
een beroep willen doen op de kennis en ervaring van derden, met
name wanneer het de technische bekwaamheid betreft.
Klik hier voor het hele artikel.