Exploitatieplicht van de huurder

Recht toe Recht aan, nr. 3 2008

Uitgangspunt in de jurisprudentie is dat er geen wettelijke plicht bestaat voor een huurder het gehuur-de te gebruiken, de zogeheten exploitatieplicht. Een verhuurder doet er dus verstandig aan een exploitatieplicht op te nemen in de huurovereenkomst, indien hij niet geconfronteerd wil worden met leegstand van het gehuurde. Onder bepaalde omstandigheden kan een rechter van oordeel zijn dat uit de wet toch een exploitatieplicht voortvloeit. Maar het komt ook voor dat zelfs een contractueel overeengekomen exploitatieplicht niet kan verhinderen dat een huurder zijn exploitatie gestaakt mag houden. In dit artikel worden deze situaties besproken.

Contractuele exploitatieplicht
In de meeste huurovereenkomsten betreffende middenstandsbedrijfsruimte (de zogenoemde 290-bedrijfsruimte) is een bepaling opgenomen die de huurder verplicht het gehuurde gedurende de huurperiode ook daadwerkelijk volgens de overeengekomen bestemming in gebruik te nemen en te houden. In het gros van de juridische procedures omtrent de exploitatieverplichting is deze bepaling de doorslaggevende factor waarop de rechter zijn oordeel baseert dat een huurder zijn exploitatie niet mag of mocht staken.

In sommige gevallen echter kan een rechter van oordeel zijn dat niet van een huurder gevergd kan worden dat hij zijn exploitatie in het gehuurde voortzet.
Klik hier voor het hele artikel.

Mara Koolen

Contact

mr M.E. Koolen (Mara)
T 030 259 55 81
F 030 259 55 02
E mkoolen@vbk.nl 

Praktijkgebieden & Branches

Vastgoed en Overheid