
SMA februari 2008 - nr. 2
Met is al twintig jaar geleden dat in dit tijdschrift de bijdrage
van Brink verscheen over de vraag naar het recht van vakbonden op
toelating tot cao-onderhandelingen. Op dat moment waren er nog maar
weinig uitspraken waarin werkgevers waren veroordeeld om een
vakbond tot cao-onderhandelingen toe te laten.
Een eerste voorbeeld daarvan dateert van 50 jaar na de
inwerkingtreding van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst
(Wet CAO). Niet alleen heeft de Lagere jurisprudentie sinds het
artikel van Brink - en inmiddels 80 jaar na de inwerkingtreding van
de Wet CAO - meer duidelijkheid gegeven, ook de Hoge Raad heeft in
het afgelopen jaar een voor deze materie zeer relevant arrest
gewezen. Reden om het recht op toelating tot onderhandelingen over
een nieuwe cao - en meer in het bijzonder de belangenafweging die
in dat kader plaatsvindt - opnieuw onder de loep te nemen.
1. Inleiding
Het wekt op zichzelf geen verbazing dat werknemers die zich
aansluiten bij een vakbond veelal willen - en ook verwachten - dat
hun vakbond bij cao-onderhandelingen daadwerkelijk aan tafel zit om
daar hun belangen te behartigen. Dit zal zeker het geval zijn
wanneer het om een grotere vakbond gaat of juist om een (vaak
kleinere) vakbond die zich richt op een heel specifieke
doelgroep. Evenmin zal het verbazing wekken dat het in de praktijk
vaak niet wenselijk is om met alle mogelijke partijen
cao-onderhandelingen te voeren. Doorgaans is het zo dat vooral de
grotere bonden aanschuiven als er moet worden gesproken
over bijvoorbeeld een opvolgende cao. Ook kan er sprake zijn van
bonden die - inmiddels - niet meer zo groot zijn, maar die van
oudsher aan de cao-onderhandelingen deelnemen. Wanneer
er zich dan een nieuwe speler meldt die tot het overleg wil worden
toegelaten, wordt de deur niet steeds wijd open gezet.
klik hier voor het hele artikel.