Arbeidsrecht
Wanneer heeft een vakbond 'recht' op CAO-overleg?
De onderhandeling over een nieuwe CAO is
een aangelegenheid tussen werkgevers(vereniging) enerzijds en
vakbonden anderzijds. Veelal is - vaak alleen al door bestaande
gewoonte en/of praktijk - duidelijk wie de onderhandelingspartners
zijn. Wat is echter de speelruimte van de werkgever of werkgeversvereniging
om vakbonden van de onderhandeling uit te sluiten. Die vraag staat
in deze bijdrage centraal.
Contractsvrijheid/vrijheid
van vereniging
Uitgangspunt zijn de beginselen van contractsvrijheid en de vrijheid
van vakvereniging. Zoals direct al wel blijkt, kunnen deze beginselen
met elkaar in strijd komen. De contractsvrijheid brengt mee dat
men zelf besluit met wie men al dan niet een overeenkomst wenst
aan te gaan. Verdragen waarin de vrijheid van vakvereniging is
opgenomen (zoals de ILO-conventies en het Europees Sociaal Handvest),
pogen juist te waarborgen dat vakbonden recht hebben op toelating
tot het collectief overleg.
Het nationale recht geeft weinig aanknopingspunten.
De Wet op de Collectieve Arbeidsovereenkomst (WCAO) geeft namelijk
niet aan wanneer er jegens een vakbond een verplichting bestaat
om die vakbond tot het collectieve overleg toe te laten. Wel is
de WCAO relevant als het gaat om de vraag welke partijen bevoegd
zijn om een CAO overeen te komen. Volgens de WCAO moet het dan
gaan om een werknemersvereniging met volledige rechtsbevoegdheid,
waarvan de statuten bepalen dat die werknemersvereniging bevoegd
is om CAO's overeen te komen.
Representativiteit
Uit de jurisprudentie is inmiddels gebleken dat een vakbond alleen
toelating tot CAO-overleg kan afdwingen als die vakbond voldoende
representatief is. Vakbonden die dat niet zijn, zullen door de
werkgevers(vereniging) niet hoeven te worden toegelaten tot de
onderhandelingstafel.
Hoge Raad
Nadat de invulling van het begrip 'representativiteit' oorspronkelijk
vooral door lagere rechters gestalte is gegeven, heeft de Hoge
Raad over deze problematiek op 8 juni 2007 een arrest gewezen
(Hoge Raad 8 juni 2007, JAR 2007/162). Het betrof in die kwestie
een overleg over de CAO voor de branche van de kinderopvang. De
werkgeversvereniging BVOK had oorspronkelijk met Abvakabo FNV
overleg gevoerd, maar had zich uit dat overleg terug getrokken.
De BVOK heeft verkozen een CAO met de (kleinere) vakbond De Unie
aan te gaan. Gedurende de looptijd van die CAO treden de BVOK
en de Unie in overleg over enkele wijzigingen daarvan. De Abvakabo
FNV eist tot dat overleg te worden toegelaten.
De Hoge Raad stelt voorop dat de vakbond die
een groot aantal werknemers in de branche vertegenwoordigt en
representatiever is dan de andere vakbonden in beginsel recht
heeft op toelating tot de CAO-onderhandelingen. Het niet toelaten
van een dergelijke vakbond kan onrechtmatig zijn, aldus de Hoge
Raad. Deze stelregel geldt volgens de Hoge Raad zowel voor het
afsluiten van een nieuwe CAO, als ook voor het wijzigen van een
lopende CAO, zij het dat voor die laatste categorie eerder uitzonderingen
zullen worden aangenomen. In dat geval gaat het immers over een
overeenkomst van de betrokken partijen; het is gerechtvaardigd
aan te nemen dat een buitenstaander van dit overleg makkelijker
moet kunnen worden geweerd dan een vakbond die al bij die overeenkomst
partij is.
In het onderhavige geval was de BVOK gerechtigd
om de Abvakabo FNV uit te sluiten, omdat de BVOK de gerechtvaardigde
verwachting had dat het overleg met Abavkabo FNV wegens een fundamenteel
gebrek aan overeenstemming niet tot resultaat zou kunnen leiden.
De BVOK mocht daarvan uitgaan aangezien zij met de Abvakabo FNV
immers evenmin overeenstemming over de oorspronkelijke CAO had
kunnen bereiken en door de Abvakabo FNV ook niet was aangevoerd
waarom dat nu dan wel mogelijk zou zijn.
Lessons learnt: vakbonden mogen van collectief
overleg worden uitgesloten als zij niet representatief zijn. Een
representatieve vakbond zal in beginsel recht hebben op toetreding
tot het overleg, tenzij een belangenafweging, zoals in het geval
van de kinderopvang, een uitzondering op die hoofdregel rechtvaardigt.
Recht toe Recht aan, nr. 1 2008
Mr P.Th. Mantel, Van Benthem & Keulen
e-mail: pmantel@vbk.nl
tel. : 030-25 95 539
Wanneer
u een artikel of passage wilt overnemen, verzoeken wij u de bron te vermelden
en ons een exemplaar van uw publicatie te zenden.
Van Benthem & Keulen,
Euclideslaan 51,
Postbus 85005, 3508 AA Utrecht,
Telefoon (030) 2 595 959,
Fax (030) 2 595 500